Tijdens de internationale vluchtelingendag 2019  speelde Nadia Zaïdi djembé met de Oegandese jeugd-djembé groep van Up4s.Foto: Atelier Ambrosius
Tijdens de internationale vluchtelingendag 2019 speelde Nadia Zaïdi djembé met de Oegandese jeugd-djembé groep van Up4s.Foto: Atelier Ambrosius

Nadia Zaïda: 'En de vrouw die slaat de trom'

"Het was een heerlijke tijd", vertelt Nadia Zaïdi. "We waren verliefd en zagen er knap en leuk uit, in onze stoere broeken met wijde pijpen en strakke bloezen. Ik had hem op school leren kennen, de zus van een docent had familie in Nederland en hij kwam regelmatig langsgereden."

Loes Ambrosius

Schoonhoven - "Ik was vrijmoedig en vol bewondering voor zijn mooie Mercedes. Na een poosje gingen we een eindje rijden en later nog ergens iets drinken. Zo is het begonnen." Nadia Zaïdi kwam in 1979 op 17-jarige leeftijd naar Nederland. Even wennen was dat, maar ze zorgde meteen overal bij betrokken te zijn, "anders word je eenzaam." En één aspect van haar jeugd zou ze nooit loslaten: "Iedere dag is een feest."

Opa's lieveling

Opa bezat een flinke boerderij aan de rand van Tanger. "Ik groeide op in een grote familie op zijn land, waar hij woonde met zijn vrouw, hun vijf zonen en twee dochters en hun gezinnen.

Als jongste van alle kleinkinderen was ik opa's lieveling, ik stond altijd naast hem of zat op zijn rechterknie en volgde hem op de voet. Zodoende was ik vaak van van alles op de hoogte. Opa was de familieoudste; gaf wijze adviezen en goede raad: Zijn levensmotto was dat iedereen vooral gelukkig moest zijn en van het leven diende te genieten. Af en toe ging de radio aan, tv kwam er pas op het laatst. Ik was altijd buiten en hielp op de boerderij, vermaakte me met de dieren; molk de koeien en gaf alle kippen een naam. 's Avonds aten we gezamenlijk op het binnenplein aan grote tafels tussen de bomen, overdekt met gekleurde zeilen. Daar liepen dan twaalf bedienden af en aan met rijk gevulde schotels. De woningen lagen om het plein.

Wij kinderen verzamelden ons elke morgen bij de grote boom en liepen naar de school. Daarvoor hoefden we alleen over te steken. Tanger kent nu een miljoen inwoners maar ik herinner het me als een mooie en rustige stad waar iedereen elkaar kende en waar je alles lopend deed."

Moeders

Moeders speelden een heel grote rol. Schoenen en jurken werden in opdracht buitenshuis gemaakt, hoewel de meisjes wel naailes kregen. En kookles. Met de Ramadan werd er gekookt voor de armen, en de kinderen brachten pannetjes soep rond. Die ervaring kwam goed te pas toen Nadia bij de SWOS met vrijwilligerswerk begon: "Er ging een wereld voor me open, en ik vroeg me af of ik het wel zou kunnen. Maar we werden gekoppeld aan Nederlandse dames en dachten toen: O, noemen ze dit hier koken? De Nederlanders vonden het aanvankelijk ook maar eng: ze zouden toch geen vies Marokkaans eten krijgen? Dus mijn (Marokkaanse) vriendin en ik kookten de Hollandse pot. We bleken een grote aantrekkingskracht te hebben op de Marokkaanse gemeenschap, en algauw werd er voor mij bij de SWOS een baan gecreëerd als activiteitenbegeleidster voor migranten. Het was zelfs zo dat de huisarts Marokkanen naar mij verwees voor gymnastiekles, wandelen, feestjes, bruiloften en het verschaffen van interculturele informatie. Vooral met ouderen werken is mijn passie, bijvoorbeeld het herkennen en begeleiden van beginnende dementie. Wij brengen zoveel kleur mee! En op de markt kopen we niet één paprika maar een paar kilo!"

Pittige vrouwen

Oma was de matriarch van de familie en stuurde het thuisfront aan. Zij ging prachtig gekleed en had met henna beschilderde handen. "Oma van mijn vaders kant was vroedvrouw en gynaecoloog in de wijde omtrek," vertelt Nadia. "Ook legde zij de doden af. Deze beroepen werden als vanzelfsprekend uitgeoefend door 'pittige vrouwen'. Als meisje van acht jaar ging ik al met haar mee, ik ben nooit bang voor doden of de dood. Ook geboortes vind ik niet eng. Eens werd oma bij een bevalling geroepen. "Zo hard ik kon holde ik achter haar aan. Daar was ze bezig, met een bezweet hoofd. De navelstreng zat om het nekje, zag ik. 'Oma', zei ik zacht. 'Nu niet', bitste ze. Even later moest ik wel doeken en warm water halen. Het jongetje was al blauw, maar met een paar ferme petsen bleef hij toch in leven. Later kwam ik hem tegen: Hee jongetje, ik heb jou eruit zien komen, zei ik dan. En ja hoor, hij wist het nog! Iedereen daar was met haar hulp geboren en al die kinderen noemden haar Moeder."

Geshockeerd

"Ach, daaraan wordt hier altijd zo zwaar getild. Ik herinner het me als aandachtig en liefdevol. Je groeide heel betrokken met elkaar op. Zo was al vroeg duidelijk wie er bij wie hoorde en werd het uiteindelijk een gezamenlijke keus met wie je trouwde, iedereen was het ermee eens."

Toen haar moeder haar eigen bedrijf wilde beginnen was opa geshockeerd. Hij bood haar geld aan, met de gedachte dat het haar iets ontbrak. "Het kostte oma de nodige overredingskracht om hem duidelijk te maken dat het haar ging om zelfontplooiing. Toen kon hij zich er wel in vinden. Later, toen ik naar Nederland ging, was het mijn moeders beurt om geschokt te zijn.

Na de dood van opa brokkelde het familiegebeuren geleidelijk af en ging ieder zijns weegs."

Loes Ambrosius schrijft aan een serie portretten van vrouwen van elders. Meedoen? Bel 06-18257903. Kijk ook op Facebook: Kleurrijk Krimpenerwaard en op:

KleurrijkKrimpenerwaard.nl

Meer berichten