Column: Vuilnisbelt

Foto:

Twee weken geleden schreef ik nog zo enthousiast over de berg bladeren, die mijn driejarige gastkindje 'egelbergjes' had genoemd. Het is een enorme hoop bladeren in een hoekje van een straat; een goddelijke verstopplek en overwinteringsplaats voor egels en andere dieren. Ik was al bang dat de bladeren weggehaald zouden worden op het moment dat er een egel onder aan het slapen zou zijn, maar dat is gelukkig (nog) niet gebeurd. Ergens na de jaarwisseling besloot ik een opruimwandeling te houden. Want hoewel er genoeg mensen hun vuurwerk opruimen, ligt er zelfs nu nog troep van dat 'feestje' op straat. Dus handschoenen aan, vuilniszak mee en rapen maar. Best bevredigend,

Best bevredigend, dacht ik in eerste instantie

want een schone omgeving is veel mooier en je ziet direct gevolg van je werk. Ik wil niet dat mijn gastkindjes in een vieze omgeving opgroeien en dat hoeft ook helemaal niet, maar we hebben het zelf in de hand. En soms gaat dat mis, zag ik toen we weer bij de egelbergjes kwamen. Er lag een heel spoor naartoe van zwarte plastic stukken. Bovenop de egelberg leek er wel een bom te zijn ontploft. Verspreid over de bladeren lagen stukken plastic, overal tussen, overal op, overal onder. Alsof twee zwarte kliko's elkaar hadden staan uitmoorden en in stukken hadden gehakt. Het leek wel een vuilnisbelt in plaats van een fijn stukje natuur dat zo hard nodig is. Hoe leg ik dat uit aan mijn gastkindje? Wie haalt het in zijn hoofd om dat afval daar te dumpen? Om gewoon losse stukken plastic de natuur in te mieteren? Doelbewust hè, want dit is onmogelijk per ongeluk. Ik wil het oprapen, maar het is teveel. Hier kan ik niet tegenop. Ik vind het echt heel, heel triest en dat is een understatement maar ik heb er gewoon geen woorden voor – of ze worden echt lelijk en dan zijn ze ongeschikt voor de krant.

Meer berichten