Foto:

Column Mariëlle van der Lee: Sneeuwklokjes

  Column

Krimpen aan den IJssel - Neuzend in oude foto's op mijn computer vind ik een filmpje van mezelf. Zes jaar geleden. Ik stond op de plas naast mijn huis op het ijs. En niet alleen ik, maar de halve buurt. Alle kinderen met schaatsen aan, schaterlachend scheurend over het ijs. Hun ouders langs de kant, blauwbekkend en met een grijns waar de lach van een boer met kiespijn niks bij is. Eindeloos schaatste ik rondjes, overal tussendoor en het is hilarisch om te zien, want ik kan helemaal niet schaatsen en ik sta met mijn armen door de lucht maaiend maar wel breed lachend op het filmpje. Vorig jaar schaatste ik op een kunstbaan. Dat was leuk, natuurlijk minder echt, maar een andere keus was er niet.

Grijp de willekeurige voorbijganger

Misschien moet dat traditie worden: iedereen ieder jaar naar de kunstijsbaan. Er zijn er zat in de Krimpenerwaard. Schaatsen is leuk, goed voor de conditie en lekker voor de frisse neus. Je doet het individueel, maar toch ook een beetje samen. Want je moet wel om elkaar heen en niet iedereen kan dat even goed, maar dat mag ook, je mag een beetje klungelen want iedereen weet dat we dit niet gewend zijn en anders grijp je een willekeurige voorbijganger in zijn kladden met het excuus dat je bijna zou vallen. Vroeger vroor het zelfs eind februari vaak nog. Dus het kan nog makkelijk. Weermannen beweren van niet, maar die hebben niet altijd gelijk. Ik blijf hopen op knarsende sneeuw onder mijn voeten, vlokken uit de lucht te zien vallen en enorme sneeuwmannen te kunnen maken. En dan mijn adem als stoom uit mijn mond zien wasemen als teken dat het vriest. En daarna een rondje te schaatsen op de plas naast mijn huis. Maar ik woon niet meer daar, bij die plas. Alles is anders nu. Bovendien: ik zag al sneeuwklokjes – en als in Holland de sneeuwklokjes bloeien, dan komt de lente.

Meer berichten